found: 673 books on 45 pages. This is page 1
- Next page

 , Aangezicht Rotterdam - Caspar Bouttats, 1674
Aangezicht Rotterdam - Caspar Bouttats, 1674
Aangezicht Rotterdam - EEN VAN DE MAGHTIGHSTE STEDEN VAN HOLLANDT Ets vervaardigd door Caspar Bouttats naar een tekening van Ioannes Peeters, uit het Thoneel der steden en stercken van "˜t Vereenight Nederlandt., uitgegeven te Antwerpen 1674. (1674 is ook het jaar waarin het schip van de Utrechtse domkerk instort.) Later gekleurd. Afm. (prent) 17 x 46,5 cm. Met links (in het Nederlands) en rechts (in het Frans) een loffelijke beschrijving van de stad: "ghelegen in Hollandt aen de Maes op de mondt vande rivier de Rotte, een myl van Schiedam en twee van Delft, is een schoone en wel beboude Stadt, die doorsnede wordt van vele waeteren, 't Vaederlandt vanden Hoog-gheleerden Desiderius Erasmus, alwaer hy in roode coper omtrent het Marckt-Velt op een overwelfde Brugge treffelijck staet uytghebeldt. Sy heeft in welvaren seer toeghenomen door het qualijck vaeren van Brabandt en Vlaenderen, mits veele rijcke Coopluyden hier nedersloeghen, datse nu can gerekent worden onder de maghtighste Steden van Hollandt."? Caspar Bouttats stamt uit een familie van Antwerpse graveurs. Hij was voorzitter van de Antwerpse Sint-Lucas gilde van 1690-1691. Hij graveerde veel portretten en dagelijkse gebeurtenissen. Op deze ets is de scheepvaart voor de stad nog bescheiden. Pas tweehonderd jaar na het verschijnen van de prent wordt Rotterdam een belangrijke havenstad. Prijs: Euro975,- (incl. lijst, BTW margeregeling)
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 1608
€  975.00 [Appr.: US$ 966.66 | £UK 853 | JP¥ 139719]

 , Africa - Nicolaes Visscher, ca. 1677
Africa - Nicolaes Visscher, ca. 1677
“Africae Accurata Tabula”, copper engraving with original hand colouring by Nicolaes Visscher made in 1658, here in its second state published c. 1677. Size: 43,7 x 54,6 cm. The map illustrates the European view of Africa at the end of the 17th Century, filled with mythical towns, rivers, and mountains and continues to reflect the Ptolemaic view of Africa. Claudius Ptolemy imagined the Nile emanating from two massive lakes in south-central Africa, fed from springs in the imaginary Lunae Montes [the Mountains of the Moon]. The Niger River is shown as well - springing from a Niger Lacus in the general vicinity of the Congo, flowing north and then westward to empty near the actual location of the Gambia River. (The Niger, whose full course was not understood by Europeans until well into the 19th century, actually begins in West Africa well south of The Gambia, and then flows eastwards, emptying into the gulf of Guinea.) To prepare for this map, Visscher turned to the common model of the period which was Willem Blaeu’s 1608 wall map. Like Blaeu, Visscher shows a common source for the Cuama and Spirito Santo Rivers of the Zambese River originating in Sacaf Lacus in Southern Africa. The general outline of Africa is surprisingly modern in appearance. Of special note is the much greater detail that Visscher provides along the South African coastline. The first Dutch settlement under Jan van Riebeeck at the Cape of Good Hope had occurred in 1652, and it is likely that Visscher wanted to show this information on his map. Visscher introduces a number of Dutch names mixed with older Portuguese names. Among these names are Tafel Bay [Table Bay], Tafel Berg [Table Mountain], Robben Eyl [Robben Island], and Schorre hoeck (inland from C. das Aguillas [Cape Agulhas], the southern-most point in Africa). From about 1631 and prior to the issuance of this map, the Visscher publishing family used a a map of Arica of 1614 by Pieter van den Keere for their atlases. This map was used in a number of atlases produced by Nicolaas Visscher up to 1679, when upon his death, his son Nicolaas Visscher II began issuing his own Atlas Minor, using his father’s plate. The second state of the map has been found in atlases dated as late as 1696. The title cartouche in the upper right is surrounded by two Africans, one holding a scorpion and the other a cornucopia. The lower left of the map has an elaborate dedication to Gerard Schaep (1581-1655), a cartouche with Neptune, mermaids and a sea monster bears his coat of arms. Schaep was a mayor of Amsterdam sent by the States General of the Netherlands to London on 27 December 1651 as part of an embassy. The intention of the embassy was to convince the English to withdraw the Navigation Act and to negotiate a new commerce treaty. There were not successful and the First Anglo-Dutch Was resulted.  It can be assumed that Visscher’s dedication was to acknowledge this statesman upon his death. The fish being waved about in the cartouche, has little to do with Gerard Schaep and more to do with the mapmaker. Visscher’s name translates literally to “Fisher”, and thus fishermen and fish alike adorn many of the mapmaking family’s works. Price: Euro 1.650,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 4063
€  1650.00 [Appr.: US$ 1635.89 | £UK 1443.5 | JP¥ 236447]

 , Africa - Daniel Sotzmann, 1808
Africa - Daniel Sotzmann, 1808
LARGE 19TH CENTURY MAP OF AFRICA “Generalkarte von Africa” copper engraving by Daniel Friedrich Sotzmann, published in Neuremberg in 1808. Coloured by a later hand. 58 x 71,5 cm. This map of Africa is based on the wall map in 4 sheets by Aaron Arrowsmith, published in London in 1802. Supposedly the best map on the market, but – according to Sotzmann - still with many errors. To make this new Generalkarte, numerous sources were used to improve the Arrowsmith map. Such as studies on the geography of northern Africa by James Rennell, for West Africa work by Vincente Tofino, Jacques-Nicolas Bellin, Charles-Pierre Claret de Fleurieu and Jean Baptiste Bourguignon d'Anville, for Senegal Jean Baptiste Poirson, information on Southern Africa by Anders Sparrman, on central Africa travel books by Mungo Parks, for Madagascar Abbé Rochon, Chevalier de Borda for the Canary Islands, and many other men that explored the continent. Some of these explorers and geographers lived before Arrowsmith. Sotzmann thereby hints that his large new map of Africa is far more accurate and incorporates much more information. Daniel Sotzmann (1754 -1840) was one of the most important German cartographers in his time and can be considered as the founder of commercial cartography in Berlin. His name is connected with more than 400 titles, including maps, atlases and globes, but also essays and reviews. Sotzmann’s efforts to standardize character keys and map scales were of great importance. Price: Euro 650,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 4071
€  650.00 [Appr.: US$ 644.44 | £UK 568.75 | JP¥ 93146]

 , Ambon - François Valentijn, 1724-1726
Ambon - François Valentijn, 1724-1726
“Plattegrond van Amboina soo als het was inden Jaare 1718”, uit François Valentijn’s “Oud en Nieuw Oost-Indien”, vervaardigd door Jan van Braam en uitgegeven te Dordrecht door Gerard onder de Linden in 1724-1726. Later met de hand gekleurd. Afm.: 29 x 45 cm. Op Ambon (Amboina) en omliggende eilanden begon omstreeks 1600 de productie van kruidnagelen te ontluiken. In 1605 wist Steven van der Haghen het door de Portugezen beheerste deel van deze eilanden voor de VOC in bezit te nemen. De Ambonese onderdanen van de Portugezen werden daarbij onderdanen van de VOC. In plaats van katholiek werden zij nu protestant. Met de islamitische Ambonezen, de tegenstanders van de Portugezen, kon de VOC het aanvankelijk goed vinden. In ruil voor militaire steun tegen de Portugezen waren deze zelfs bereid geweest al hun kruidnagelen aan de VOC te leveren. Spoedig ontstonden er echter problemen over deze exclusieve leverantie van kruidnagelen, omdat niet iedere producent bereid was tegen de door de VOC vastgestelde prijs te leveren. De Engelsen probeerden van deze situatie te profiteren, maar daar kwam een einde aan toen de VOC in 1623 korte metten maakte met een aantal personeelsleden van de Engelse compagnie, nadat zij van een complot tegen de VOC waren beschuldigd. Gaandeweg kwamen er ook steeds meer gewapende conflicten met de islamitische Ambonezen, waarbij de protestantse onderdanen meestal vochten aan de zijde van de VOC. In het midden van de 17e eeuw werd deze strijd door de VOC in haar voordeel beslist. Om haar monopoliepositie in de kruidnagelmarkt te beschermen, handhaafde de VOC haar kruidnagelcontracten met de plaatselijke bevolking met stevige hand. Tijdens regelmatige militaire inspecties, werden ‘illegale’ kruidnagelbomen gekapt. Vaak werden hierbij hele plantages vernield en dorpen platgebrand. In 1651 brak een grote opstand tegen de VOC uit, toen een plaatselijke leider op Ceram, weigerde een deel van de aanplant te vernielen en het recht eiste zijn kruidnagel te verkopen aan andere partijen. De gouverneur van de Molukken, Arnold de Vlamingh van Oudshoorn, onderdrukte de opstand met harde hand. Hierna had de VOC haar monopolie nog steviger in handen. De hoofdvestiging in Ambon was het kasteel Victoria in Ambon-stad. Daarnaast had de VOC op diverse punten kleinere forten. De inheemse bevolking werd bestuurd door haar eigen dorpshoofden. De belangrijksten daarvan werden door de VOC ingeschakeld bij de rechtsspraak in een zogenaamde landraad. Op deze manier hoopte men de inheemse bevolking enigszins volgens haar eigen rechtsnormen te kunnen beoordelen. Ten aanzien van de protestantse Ambonezen voelde de VOC zich ook religieus verantwoordelijk. Er kwam een heel systeem van christelijke dorpsscholen, bemand door Ambonese schoolmeesters, die met enige regelmaat door de VOC van Maleistalige stichtelijke leermiddelen werden voorzien. Door deze politiek werd een groot deel van de bevolking gealfabetiseerd. In later tijd zou dit de christen-Ambonezen in het Nederlandse koloniale staatsapparaat een aanmerkelijke voorsprong op andere inheemse volken bezorgen. Ambon verloor haar positie als centrum van de kruidnagelhandel pas eind 18e eeuw, nadat de Fransen rond 1770 kruidnagelplantjes naar Mauritius en andere Franse eilanden smokkelden. François Valentijn (1666-1726) was een dominee, natuurvorser en schrijver die vooral bekend is om zijn “Oud en Nieuw Oost-Indien”, een geschiedenis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en haar activiteiten in Oost-Indië. Valentijn’s kaarten behoorden tot de meest nauwkeurige en grootschalige producties over Oost-Indië tot dan toe gepubliceerd. Als officier had Valentijn toegang tot VOC documenten die hij compileerde tot een bijzondere collectie kaarten. Valentijn’s werk is zo superieur aan eerdere kaarten dat de publicatie ervan, gezien het strenge geheimhoudingsbeleid van de VOC voor wat betreft cartografisch materiaal, uitzonderlijk is. Prijs: Euro 425,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 3351
€  425.00 [Appr.: US$ 421.36 | £UK 372 | JP¥ 60903]

 , Amsterdam - Pieter van der Aa, ca. 1725
Amsterdam - Pieter van der Aa, ca. 1725
“AMSTELDAM, Capitale de la Hollande.” Kopergravure uitgegeven omstreeks 1725 te Leiden door Pieter van der Aa. Later met de hand gekleurd. Afm. 31,4 x 33,7 cm. Profielgezicht op de stad vanaf het IJ. Met talrijke schepen op de voorgrond. De voorstelling is omgeven door een brede fraai gegraveerde sierlijst met aan de bovenzijde draperieën met guirlandes. Het stadsgezicht werd (met een bescheiden sierlijst) oorspronkelijk uitgegeven tussen 1693-1697 door Nicolas de Fer te Parijs in het kader van een boek over de Negenjarige Oorlog. Literatuur: d'Ailly, Repertorium van de profielen der stad Amsterdam en van de plattegronden der schutterswijken, nr. 84. Prijs: €395,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 239
€  395.00 [Appr.: US$ 391.62 | £UK 345.75 | JP¥ 56604]

 , Amsterdam, Nieuwe Stadsherberg aan het IJ - naar Willem Hendrik Eickelberg, 1871
Amsterdam, Nieuwe Stadsherberg aan het IJ - naar Willem Hendrik Eickelberg, 1871
“De Jagthaven en het Hotel ‘Nieuwe Stads Herberg’ aan het IJ. Te Amsterdam 1871.” Lithografie in kleur vervaardigd door Tresling & Co. Naar het ontwerp van Willem Hendrik Eickelberg, (1845-1920). Uitgegeven in 1871 door C.F. Stemler. Afm. 28,9 × 55,8 cm. Het IJ gezien in oostelijke richting vanaf het Singel. Rechts de Haringpakkerij, later Prins Hendrikkade, waar schepen worden geladen en gelost. We zien de oude Jachthaven en de Nieuwe Stadsherberg met IJ-brug richting stad, kort voor de sloop. Op de achtergrond links de Volewijck, rechts het Oosterdok. De Nieuwe Stadsherberg was in 1660 op palen gebouwd in het IJ en bedoeld om die gasten van buiten Amsterdam te huisvesten die het niet haalden om voor het sluiten van de bomen (die ‘s avonds en ‘s nachts de haventoegang afsloten) de stad binnen te komen. Vanaf de Nieuwe Stadsherberg vertrokken in de 19e eeuw (schroef)stoomboten via Purmerend naar Hoorn, maar ook naar Kampen of Zwolle, of via Enkhuizen naar Harlingen, of nog verder naar Hamburg. De herberg werd gesloopt in 1876 om de aanleg van het Centraal Station mogelijk te maken. Prijs: Euro 825,-  
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 354
€  825.00 [Appr.: US$ 817.94 | £UK 721.75 | JP¥ 118224]

 , Amsterdam, intocht Willem III - Charles Rochussen, 1849
Amsterdam, intocht Willem III - Charles Rochussen, 1849
Komst van Z.M. Koning Willem III op den Dam, bij H.D. plegtigen intogt in de hoofdstad des rijks, 12 mei 1849. Lithografie vervaardigd door Charles Rochussen, gedrukt bij de Koninklijke Nederlandse Steendrukkerij van Carl Wilhelm Mieling, uitgegeven als losse plaat bij "Gedenkschrift van de inhuldiging des Konings Willem III, binnen de hoofdstad des Rijks" door Arie Cornelis Kruseman te Haarlem 1849. Later met de hand gekleurd. Afm. ca. 29 x 42 cm. Willem III wilde als kroonprins de nieuwe door Thorbecke ontworpen grondwet van 1848 niet accepteren. De nieuwe grondwet maakte een einde aan de persoonlijke regeermacht van de koning en voerde de koninklijke onschendbaarheid in. Voortaan waren de ministers verantwoordelijk voor hun beleid en niet meer de koning Zijn vader trachtte hem van zijn ongelijk te overtuigen, onder meer door hem erop te wijzen dat het koningschap een "goddelijke roeping" is, die hij niet kon weigeren. Pas na het overlijden van zijn vader  op 17 maart 1849, liet Willem zich overreden het koningschap te aanvaarden. Zijn inhuldiging vond plaats op 12 mei 1849, maar de eerste twintig jaar van zijn regering kenmerkten zich door weerstand tegen de constitutionele monarchie. We zien op de prent de aankomst van Willem III bij het Paleis op de Dam te Amsterdam op 11 mei 1849. Links de aankomst van de koninklijke rijtuigen. Op de Dam staat de schutterij opgesteld. De koning gaat met zijn gevolg de gelederen af. Prijs: Euro750,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 447
€  750.00 [Appr.: US$ 743.59 | £UK 656.25 | JP¥ 107476]

 , Amsterdam, world exhibition - J.C. Greive, 1883
Amsterdam, world exhibition - J.C. Greive, 1883
VOGELVLUCHT PERSPECTIEF VAN DE WERELDTENTOONSTELLING IN AMSTERDAM “Internationale Koloniale en Uitvoerhandel-Tentoonstelling te Amsterdam in 1883”, houtgravure “geteekend door J.C. Greive Jr.” Later met de hand gekleurd. Afm. 47 x 64 cm. In de eerste helft van de negentiende eeuw kende Nederland weinig economische groei. Tegen de jaren 1860 begon de trend echter te keren, gedeeltelijk als gevolg van de opening van het Noordzeekanaal dat zeeschepen uit de Noordzee rechtstreeks naar Amsterdam bracht. Tegelijkertijd verbeterde het nationale spoorwegsysteem snel en opende het nieuwe centraal station van Amsterdam in 1879. Internationale exposities bevorderden de economische groei en het toerisme. Omdat Amsterdam de kosmopolitische flair van steden als Parijs en Londen probeerde na te streven, zou een wereldtentoonstelling een aanwinst voor de stad zijn. De Fransman Edouard Agostini zag potentie in een tentoonstelling in Nederland en stuurde brochures naar invloedrijke Amsterdamse ondernemers. Omdat Nederland niet echt bekend was, behalve om z’n rijke koloniale verleden, werd het idee gelanceerd als “Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling”. Hoewel het enigszins sceptisch werd onthaald, werd de planning voortgezet. De Nederlandse regering voelde er aanvankelijk weinig voor om geld voor het evenement te reserveren, maar een volhardende Agostini vond uiteindelijk steun bij een Belgische investeerder, die bereid was om het hoofdgebouw neer te zetten in ruil voor alle entreegelden en de opbrengsten van het verhuren van tentoonstellingsruimte. De Amsterdamse tentoonstelling was de eerste internationale expositie met een koloniaal thema. Koloniale huizen werden opgetrokken en bewoond door inheemse volkeren om bezoekers de gelegenheid te geven het exotische te leren kennen. Op latere tentoonstellingen werden inheemse dorpen compleet met “wilden” de standaard, waarmee vermeende superioriteit van de westerse cultuur werd aangetoond. Bovendien was de tentoonstelling uniek omdat deze de nadruk legde op de handel van industriële producten in plaats van op manufactuur. Als locatie koos men een braakliggend gebied aan de zuidkant van Amsterdam (tegenwoordig het Museumplein). Het rechthoekige hoofdgebouw was 300 x 120 meter groot en werd over een sloot heen gebouwd. Naast het hoofdgebouw was er het Nederlandse koloniale paviljoen van 125 x 75m. In het koloniale paviljoen bevonden zich onder andere verschillende soorten landbouwproducten, culturele schatten en inheemse wapens. Het koloniale paviljoen en de Machine-galerij omsloten een driehoekig terrein voor kleinere paviljoens, waaronder een voor de stad Parijs. Voor het koloniale paviljoen stond een kleiner gebouw voor de verschillende overzeese gebieden. Hoewel alleen Nederland en België uitgebreide exposities hielden, kwamen buitenlandse deelnemers uit de meeste andere landen van Europa, evenals China, Japan, India, Turkije, het Midden-Oosten en Afrika, de Verenigde Staten en Canada. De rest van het terrein diende als pretpark, met in het midden de muziektent die werd omringd door Duitse, Nederlandse en Engelse restaurants. Ook was er een paviljoen voor de stad Amsterdam, een Japanse Bazaar, kleine winkeltjes, een tentoonstelling van kerksieraden en een tuinbouw tentoonstelling. Een kanaal, met daar overheen een brug van bamboe, doorkruiste het terrein en bood plek aan een Chinese jonk. Het hoofdgebouw, ontworpen door de Franse architect Paul Fouquiau, was gebouwd van hout, met een glazen dak, maar het was bedekt met gips en beschilderd doek om het op marmer te laten lijken. De façade was een 50 meter brede wand met aan elk uiteinde een toren van 25 meter en versierd met gipsen olifanten. Tussen de twee torens hing een enorm stuk doek met Indiaans dessin. Het interieurontwerp was van de Belgische Gedeon Bordiau, die ook het hoofdgebouw ontwierp op de wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1885. De totale tentoonstellingsruimte had een oppervlakte van meer dan 60.000 vierkante meter. Duizenden bezoekers bezochten de tentoonstelling en verbleven in nieuwe hotels zoals het Americain en Krasnapolsky, kochten souvenirs en stimuleerden de economie van de stad. Toen de expositie op 1 november zijn deuren sloot, waren er meer dan een miljoen kaartjes verkocht. Prijs: Euro 625,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 4638
€  625.00 [Appr.: US$ 619.65 | £UK 547 | JP¥ 89563]

 , Amsterdam around 1220 - Otto and Jodocus Smient, 1662/1663
Amsterdam around 1220 - Otto and Jodocus Smient, 1662/1663
AMSTERDAM IN DE 13DE-EEUW “Amsterdam omtrent t' iaer 1220”. Kopergravure toegeschreven aan Christoffel van Hartogvelt afkomstig uit “Handvesten, Privilegien, Willekeuren ende Ordonnantien der Stad Amstelredam”, voor het eerst uitgegeven door Otto en Jodocus Smient in 1662/1663. Later met de hand gekleurd. Afm. 16,5 x 26,5 cm. Het vroegste eenvoudige kapelletje in Amsterdam stond er rond 1200. Amsterdam verschijnt voor het eerst in de geschreven geschiedenis in 1275 als graaf Floris V de mensen die bij de dam in de Amstel wonen, vrije vaart verleent over de Hollandse wateren. Hoe Amsterdam er in de 13de eeuw uitzag is niet in detail bekend. Maar die periode sprak in de 17de eeuw al tot de verbeelding. Amsterdam beleeft dan zijn Gouden Eeuw en kijkt als machtige stad terug op zijn prilste begin. Op deze kaart komt bebouwing voor aan zowel de oude als aan de nieuwe zijde van de Amstel. Hierbij staan de huizen in opstand getekend. Het kaartbeeld spoort echter niet met het jaar 1220 aangegeven in de titel. Meerdere belangrijk belangrijke genoemde gebouwen staan ten onrechte ingetekend. De Oude Kerk werd bijvoorbeeld gebouwd vanaf circa 1250 waarbij de toren pas rond 1375 gereed was en met het oude stadhuis werd ook pas in de 14e eeuw een begin gemaakt. Bijzonder is het detail van de rouwstoet op weg van Opt Water (Damrak) naar de Oude Kerk. Op de voorgrond rechts is het galgenveld (Volewijck). De leprozen verbleven op een ommuurde plek links in de achtergrond. Onaangename lieden hield je vroeger liever buiten de stad. Prijs: Euro 375,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 5061
€  375.00 [Appr.: US$ 371.79 | £UK 328.25 | JP¥ 53738]

 , Amsterdam - Otto Barentsz. Smient, 1662/1663
Amsterdam - Otto Barentsz. Smient, 1662/1663
“Amstelodami Veteris Et Novissimæ Urbis Accuratissima Delineatio.” [Het oude Amsterdam tevens moderne stad zeer nauwkeurig weergegeven]. Kopergravure uitgegeven in 1662/1663 door Otto Barentsz. Smient en Bernardus Smient in “Handvesten, Privilegien, Octroyen, Costumen En Willekeuren Der stad Amstelredam”. Later met de hand gekleurd. Afm. 31 x 41 cm. Deze kaart toont een nog geheel lege Vierde Uitleg. Het plan voor deze uitleg door Daniël Stalpaert was begin 1662 door de vroedschap van Amsterdam geaccordeerd. Het is een verkleinde versie van een kaart die werd uitgegeven door Nicolaas Visscher tussen 1662 en 1664. Aan de onderrand zien we een fraai profiel van de stad geflankeerd door de godin van de vruchtbaarheid, Juno en de beschermster van de steden, Minerva. De eerste ontvangt geschenken van vier putti die de werelddelen voorstellen. Minerva kijkt waakzaam over de stad en wordt vergezeld van putti met een Jacobsstaf, een kompas en globes. Het zijn attributen die nodig zijn om schepen succesvol rond de wereld te kunnen laten varen. Boven het profiel het wapen van Holland en een hoorn des overvloeds, links het wapen van Amsterdam en rechts het stadszegel met kogge schip. Prijs: 1.350,-    
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 5615
€  1350.00 [Appr.: US$ 1338.45 | £UK 1181.25 | JP¥ 193457]

 , Amsterdam Great Synagoge - Karel Fredrik Bendorp after Jan Bulthuis, 1793
Amsterdam Great Synagoge - Karel Fredrik Bendorp after Jan Bulthuis, 1793
GROTE SYNAGOGE TE AMSTERDAM “Hoogduitsche Jooden kerk te Amsterdam”, kopergravure vervaardigd door Carel Frederik Bendorp in 1793 naar het ontwerp Jan Bulthuis. Later met de hand gekleurd. Afm. 16 x 23,5 cm. Vanaf 1635 hielden Hoogduitse joden huisbijeenkomsten in de oude jodenbuurt Vlooienburg, het huidige Waterlooplein. Maar door de grote toestroom van Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, op de vlucht voor oorlogen en pogroms, groeide de gemeente zo snel dat in 1670 een perceel werd aangekocht om een eigen synagoge te bouwen aan de Deventer Houtmarkt, nu het Jonas Daniël Meijerplein. Deze synagoge werd gebouwd door Elias Bouman, die later ook de Portugees-Israëlietische Synagoge en het Huis De Pinto bouwde. De bouwstijl is beïnvloed door het werk van de Amsterdamse stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Het gebouw kostte 33.000 gulden, deels bekostigd door een lening van 16.000 die de stad Amsterdam aan de Hoogduitse gemeente verstrekte, deels door het verkopen van zitplaatsen. Deze zitplaatsbewijzen waren overdraag- en overerfbare stukken. Het gebouw werd ingewijd op 25 maart 1671, de eerste dag van Pesach. Dat het gebouw zo opvallend aan de openbare weg kon worden gebouwd, was een zeldzaamheid in het Europa van de 17e eeuw en wordt uitgelegd als typerend voor de Nederlandse tolerante houding. Deze Hoogduitse Synagoge bleek al snel veel te klein voor de alsmaar groeiende gemeente. Daarom werden naast de sjoel nog drie andere synagoges gebouwd: de Obbene Sjoel (1685), Dritt Sjoel (1700) en Nieuwe Synagoge (1752). In 1776-1777 werd het hoekhuisje vergroot. Tegenwoordig is het gebouw deel van het Joods Historisch Museum. Prijs: Euro 375,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 6076
€  375.00 [Appr.: US$ 371.79 | £UK 328.25 | JP¥ 53738]

 , Amsterdam first stock exchange - Boëtius Adamsz. Bolswert, 1609
Amsterdam first stock exchange - Boëtius Adamsz. Bolswert, 1609
EERSTE AFBEELDING VAN EEN AANDELENBEURS, DE KOOPMANSBEURS VAN AMSTERDAM “Bursa Amsterodamensis” Gravure met ets vervaardigd door Boëtius Adamsz. Bolswert en uitgegeven in 1609 door Michael Colijn. Afm. 43,2 x 60,1 cm. De Amsterdamse koopmansbeurs was in het begin van de 17de eeuw het belangrijkste handelsinstituut ter wereld. Al snel was de beurs een zeer internationale aangelegenheid. Er werd gehandeld in alles wat maar te verhandelen was. Er waren VOC-aandelen te koop, termijncontracten die het recht gaven op een vastgelegd tijdstip voor een vaste prijs partijen goederen te kopen, verzekeringen, maar ook gewoon goederen. Verder konden er verzekeringen worden afgesloten. Er konden contracten over het vervoer van vrachten worden gesloten en er was informatie te krijgen wat verder voor de handel van belang was. In de lente van 1608 werd met de bouw van de Koopmansbeurs begonnen, gedeeltelijk op de gewelven van de sluis, gedeeltelijk op palen van 50 a 60 voet lengte. Het Amsterdamse stadsbestuur was de initiatiefnemer voor de bouw van deze beurs. Het wilde daarmee de handel in de stad op één plek concentreren. Dit was bevorderlijk voor de handel en het bood ook mogelijkheden voor regulering. De bouw stond onder leiding van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser. Het ontwerp van de beurs was afgeleid van soortgelijke beursgebouwen in Antwerpen en Londen. In 1611 was het de Koopmansbeurs een feit. Deze gravure moet dus verschenen zijn op een moment dat de bouw nog niet helemaal af was. De Koopmansbeurs bestond uit een rechthoekige binnenplaats met daaromheen een zuilengalerij. Doordat ze gedeeltelijk was gebouwd op brugbogen konden schepen met gestreken mast onder de beurs door varen. De doorgang werd in 1622 afgesloten, eerst met een boom in de vaaropening, vervolgens met zware houten deuren en tenslotte in 1672 werd de doorgang definitief dichtgemetseld. Als reden voor de sluiting wordt aangegeven dat in 1622 een steenhouwersgezel uit Namen, Balthasar Paul, complotteerde om Amsterdam in brand te steken. Een onderdeel van zijn plannen was het in brand steken van de beurs. Zijn plannen mislukten en Balthasar Paul eindigde zijn leven op het schavot op de Dam. Misschien al in 1611, maar in elk geval na de verbouwing en uitbreiding van de beurs in 1668, had de effectenhandel een vaste plaats op de - openlucht - beursvloer. Het overgrote deel van de transacties die in deze beurs gesloten werden, betrof de goederenhandel, maar de Beurs van Hendrick de Keyser was ook de plek waar aandelen in de VOC en, vanaf 1621, ook in de West-Indische Compagnie werden verhandeld. Daarom wordt dit beursgebouw ook beschouwd als de oudste aandelenbeurs ter wereld. Daarmee is dit de eerste afbeelding ter wereld van een aandelenbeurs! De gravure wordt opgeluisterd door lofgedichten van Pieter Cornelisz. Hooft, Thedore Rodenburgh en Cornelis Plemp. Ten behoeve van de korenhandelaren, werd in 1617 bij de Oude Brug, aan de zuidzijde, over het water een aparte korenbeurs gebouwd. In 1835 was de Koopmansbeurs zodanig verzakt dat hij onbruikbaar geworden was en uiteindelijk moest het gebouw tussen 1836 en 1838 gesloopt worden. Ervoor in de plaats kwam de Beurs van Zocher, aan de andere kant van de Dam. Literatuur: Frederik Muller "Nederlandse Historieplaten", nr 1285-Ab Hollstein "Dutch & Flemish Etchings, Engravings and Woodcuts ca. 1450 - 1700", nr. 362. Prijs: Euro 3.450,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 6336
€  3450.00 [Appr.: US$ 3420.49 | £UK 3018.25 | JP¥ 494390]

 , Arentsburg (Voorburg) - Petrus Josephus Lutgers, 1855
Arentsburg (Voorburg) - Petrus Josephus Lutgers, 1855
BUITENPLAATS ARENTSBURG (VOORBURG) “Arends-Burgh”, lithografie vervaardigd door Jan Dam Steuerwald naar een tekening van Petrus Josephus Lutgers. Uitgegeven in 1855 te Amsterdam door C.A. Spin als deel van “Gezigten in de Omstreken van 's Gravenhage en Leyden”. Later met de hand gekleurd. Afm. (incl. tekst) 19 x 24,5 cm. Het huis Arentsburgh gelegen aan de Vliet werd in 1662 gebouwd door Cornelis van Lodensteyn, gecommitteerde in de Generaliteitsrekenkamer. Het huis werd vernoemd naar Jacob Arentz., die reeds in 1451 op deze plaats woonde. Tussen 1686 en 1826 was Arentsburgh in het bezit van de familie Scheltus. In dat jaar werd Arentsburgh door de overheid aangekocht omdat op het landgoed resten van de Romeinse vesting Forum Hadriani werden vermoed. Tussen 1827 en 1834 werden hier archeologische opgravingen uitgevoerd onder leiding van Caspar Reuvens. In 1854 verwierf jonkheer Hendrik Johan Caan Arentsburgh en voegde het samen met het aangrenzende landgoed Hoekenburg. In 1912 zou het huidige landhuis in neoclassicistische stijl in de Hollandse baksteentraditie worden gebouwd. Prijs: Euro 195,-  
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 6212
€  195.00 [Appr.: US$ 193.33 | £UK 170.75 | JP¥ 27944]

 , Automne - Paul Berthon, 1895-1900
Automne - Paul Berthon, 1895-1900
Automne lithograph by Paul Berthon, from "Les Maîtres de l'Affiche: publication mensuelle contenant la reproduction des plus belles affiches illustrées des grands artistes, français et étrangers". printed in colours published between 1895-1900. Size (paper): 40 x 29 cm. Paul Berthon (1872 - 1910) was an artist who produced primarily posters and lithographs. Berthon's work is in the style of Art Nouveau, much like his contemporary Alphonse Mucha. Berthon studied as a painter in Villefranche-sur-Saône before moving to Paris. He later enrolled at the Ecole Normale d'Enseignement de Dessin and received lessons in painting from Luc-Olivier Merson and lessons in decorative arts from Eugene Grasset.Grasset had a far greater influence on him, and he may be regarded as his pupil. His study of the decorative arts influenced his print making, influencing the strong lines and natural details that guided his art. The vast majority of Berthon's lithographed posters -like this "Automne"- did not include advertisements and were meant to stand on their own. The Maitres de l'Affiche series was the direct result of international interest in posters and poster artists that reached its height in the mid-1890s in Europe and America. The masterpieces of artists like Jules Chéret, Henri de Toulouse-Lautrec, and Alphonse Mucha transformed commercial advertisements into an esteemed art form worthy of public adoration and scholarly pursuit. Along with the decade's wave of poster journals, books, and exhibitions came a serious desire to collect the artworks for personal enjoyment and study -- but the sheer size of posters made storage awkward and often times impossible. The Maitres de l'Affiche ("Masters of the Poster") series was born of this dilemma. By offering subscribers reductions of the era's most important posters, collectors and enthusiasts were able to build miniature archives of posters from around the world. The complete Maitres de l'Affiche series boasted 256 expertly produced miniature lithographic plates representing the best of the Belle Époque. During its five-year run from late 1895 to 1900 the series was hugely successful, and it continues to be popular today, offering experts and novices alike a convenient and dazzling overview of some of the finest achievements in poster art. It is not surprising that the exquisite Maitres de l'Affiche collection was the brainchild of Jules Chréret, inventor of the three-stone lithographic process and virtual founder of the modern poster.  As early as the 1860s, Chréret's magnificent creations brought elegance and colour to the urban landscape of Paris and soon generated an international industry.  By 1866, Chréret opened his own print shop, which would eventually become a branch of the large French publisher Imprimerie Chaix.  His role as artistic director at Chaix provided Chréret with the platform and resources necessary to launch the Maitres series. The first four plates were released in December of 1895 and featured posters by Chréret, Toulouse-Lautrec, Julius Price, and Dudley Hardy.  The series would continue for a total of sixty months, ending in November of 1900 -- truly spanning the peak of the poster craze.  In the end, there were a total of 240 regular plates and 16 bonus plates. The Maitres de l'Affiche series operated much like a contemporary magazine.  A poster enthusiast had the option of purchasing the current month's four plates from a specialized dealer, or he could choose to subscribe to the series for the length of one year.  In France, a one-year subscription cost 27,- francs, equivalent to roughly five to ten original full-sized versions of the posters highlighted in the Maitres series. The first plate of every month was a poster by Chréret himself, making him the most frequently represented artist in the series.  As a matter of fact, Chréret's 60 regular and seven bonus plates comprise nearly 25-percent of the entire collection.  All in all, 97 artists from around the world were represented in the Maitres de l'Affiche series, though more than half of them were French.  In contrast, only four were from Italy, six from Germany and eight from England. A range of popular styles are evident in the collection, including the classic Art Nouveau of Alphonse Mucha and Privat Livemont, the illustrations of Edward Penfield and Adolphe Willette, and the graphic qualities of Toulouse-Lautrec and Pierre Bonnard. The original, full-sized posters and the Maitres prints they inspired were never considered in competition with one another; rather, they were viewed as two entirely different entities.  While posters were large and bold, prints were beloved for their exquisite size and detail.  In addition, posters were often printed on inexpensive newsprint due to their anticipated short lifespan. Prints, on the other hand, were made on very fine paper using printing techniques too intricate for larger items.  Print collecting was an extremely popular hobby in its own right well before posters became fashionable.  Chréret introduced the modern poster, but it was not until Toulouse-Lautrec's Moulin Rouge in 1891 that posters were elevated to an art form print collectors deemed worthy of their attention.  In many ways, the Maitres series can be seen as the successful marriage of the poster and print crazes. In his preface to Volume I of the Maitres series, Roger Marx, a notable 19th-century art historian and critic, described the streets of Paris as 'a museum in the breeze.' He wrote that 'the poster has a precarious fate... it gleams in sun, fades in the mist, dangles sadly in shreds, [and] sways in the wind after a heavy shower.'  Although innately ephemeral in its purpose, the poster was saved by its beauty and charm.  Les Maitres de l'Affiche, in its convenient format, has certainly stood the test of time. Price: Euro 275,-
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 6516
€  275.00 [Appr.: US$ 272.65 | £UK 240.75 | JP¥ 39408]

 , Backershagen (Wassenaar) - Petrus Josephus Lutgers, 1855
Backershagen (Wassenaar) - Petrus Josephus Lutgers, 1855
LANDGOED BACKERSHAGEN (WASSENAAR) “Backershagen”, lithografie vervaardigd door Jan Dam Steuerwald naar een tekening van Petrus Josephus Lutgers. Uitgegeven in 1855 te Amsterdam door C.A. Spin als deel van “Gezigten in de Omstreken van 's Gravenhage en Leyden”. Later met de hand gekleurd. Afm. (incl. tekst) 19 x 24,5 cm. Zoals veel buitenplaatsen is Backershagen in Wassenaar voortgekomen uit een boerderij. Rond 1726 bestond het uit een buitenplaats met herenhuis, boerderij en park. Later in de 18de eeuw werd door de toenmalige eigenaar een achthoekige theekoepel gebouwd, die nu nog steeds goed te zien is vanaf de N44. De koepel werd geplaatst op een kunstmatige heuvel en deed dienst als theezaaltje voor bezoek. Een ander hoogtepunt van het landgoed is de schelpengrot (gebouwd rond 1775). Prins Frederik kocht in 1846 de buitenplaats Backershagen. Er stond toen een relatief bescheiden buitenhuis in een parkachtige omgeving. Het huis werd in de tijd van Frederik voornamelijk gebruikt als logeerhuis voor zijn gasten. Het terrein was omvangrijk en liep van de Rijksstraatweg tot de Schouwweg en van de grens met De Paauw tot de Menkenlaan. Ook hier heeft prins Frederik de landschapsarchitect Eduard Petzold gevraagd het park te verfraaien, terwijl architect Hermann Wentzel het huis voorzag van een nieuwe entreepartij. Prijs: Euro 195,-    
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De JongeProfessional seller
Book number: 6208
€  195.00 [Appr.: US$ 193.33 | £UK 170.75 | JP¥ 27944]

| Pages: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | - Next page